Derde antifoon — weekdagen (Hemelum)
?
Reviewable: Zou goed moeten zijn; feedback is welkom.
Feedback: e-mail · GitHub-issue
Catalogus-id: derde-antifoon/weekdagen/hemelum
6 Derde antifoon (weekdagen, Hemelum)
---
do: F4
mode: major
tempo: 130
soort: derde-antifoon
titel: Derde antifoon — weekdagen
taal: nl
bron:
uitgangspunt: Liturgikon, p.p.174-175, 270-271
bewerking: 'Groningen: refrein «Verlos ons Zoon van God» (i.p.v. Liturgikon-refrein); zetting/praktijk
Hemelum'
partituur:
title: Derde antifoon — weekdagen
subtitle: Hemelum
composer: Traditioneel
arranger: Hemelum
gelegenheid:
- naam: Maandag
type: weekdagen
- naam: Dinsdag
type: weekdagen
- naam: Woensdag
type: weekdagen
- naam: Donderdag
type: weekdagen
- naam: Vrijdag
type: weekdagen
- naam: Zaterdag
type: weekdagen
zoektekst: >-
1. Komt, laat ons jubelen voor de Heer, laat ons juichen voor God, onze Heiland. Refrein:
Verlos ons Zoon van God Die wonderbaar zijt in Uw Heiligen, wij die tot U zingen: Alleluia.
2. Laat ons voor Zijn aanschijn treden met belijdenis, en met psalmen juichen voor Hem.
refrein 3. Want God is een machtig Heer, een grote Koning over heel de aarde. refrein 4.
In Zijn hand zijn de einden der aarde, en de toppen der bergen behoren Hem toe. refrein
5. Van Hem is de zee, Hijzelf heeft die gemaakt; het droge land hebben Zijn handen geschapen.
refrein
---
<!-- Derde Antifoon - weekdagen (Hemelum - V. Jewsewy/Liturgikon -->
1. [:] Komt, laat {/ons} {/ju}{\be}{/len} {/voor_} de {\Heer_}, *
{\\laat} {/ons} {/jui}chen voor God, {\on}{\ze} {/Hei_}{\land_}. [:]
<!-- Liturgikon, pp.270, met aanpassingen vanuit de praktijk in Groningen -->
Refrein: [:] Ver{//los} {\\ons} {/Zoon} van {\God_}
Die won{/der}{/baar} zijt {\in} {/Uw} {/&\&/Hei__&~&~}{\li}{\gen~},
{\wij} die tot {/U} {/zin}gen: {\Al}{\le}{/lu_}{i_}{\a_}. [:]
2. [:] Laat {/ons} {/voor} Zijn aanschijn treden {\met} {/be}{/lij_}de{\nis_}, *
{\\en} {/met} {/&\psal}{\men} {/jui_}chen voor {\Hem}. [:] refrein
3. [:] {-&/Want} {/God} {\is} {/een} {/mach_}tig {\Heer_}, *
{\\een} gro{/te} {/Ko}ning over {\heel} {\de} {/aar_}{\de_}. [:] refrein
4. [:] In {/Zijn} {/hand} zijn de ein{\den} {/der} {/aar_}{\de_}, *
{\\en} {/de} {/top}pen der ber{\gen} {\be}{/ho_}ren Hem {\toe_}. [:] refrein
5. [:] {-&/Van} {/Hem} is de zee, Hij{\zelf} {/heeft} {/die_} ge{\maakt_}; *
{\\het} dro{/ge} {/land} hebben Zijn han{\den} {\ge}{/scha_}{\pen_}. [:] refrein